Menu

Een groep KMO’s kan nu ook een class action instellen

Claims
April 11

Op 22 maart 2018 werd in België het wetsontwerp houdende de wijziging van het Wetboek van Economisch Recht (WER) wat betreft de vordering tot collectief herstel (class action) goedgekeurd door het parlement.

Deze wijzigingen in Boek XVII titel 2 WER hebben tot gevolg dat het toepassingsgebied rationele personae van de vordering tot collectief herstel uitgebreid wordt tot kmo’s.

De mogelijkheid om een vordering tot collectief herstel in te stellen blijft dus niet meer beperkt tot consumenten die slachtoffer zijn van massaschade. De groep kan ook gevormd worden door het geheel van de kmo’s die, ten persoonlijke titel, schade geleden hebben als gevolg van een gemeenschappelijke oorzaak. Het betreft ondernemingen waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt.

Deze uitbreiding van het toepassingsgebied van de huidige Belgische wet past in het ruimere kader van een hervormingsproject om de evenwichten van het economisch recht te herstellen ten behoeve van bepaalde zwakke partijen. Voorbeelden hiervan zijn zelfstandigen, kleine en middelgrote ondernemingen die slachtoffer zijn van massaschade.

Omwille van de coherentie, werd beslist om dezelfde principes te hanteren voor de vordering tot collectief herstel die reeds kan ingesteld worden ten voordele van consumenten:

  • Zo zullen de kmo’s die hun voornaamste vestiging in België hebben, naargelang het toepasselijk optiesysteem, hun wil al dan niet moeten uiten om deel uit te maken van de groep. Zij die niet hun voornaamste vestiging in België hebben moeten binnen de termijn bepaald in de ontvankelijkheidsbeslissing, uitdrukkelijk de wil hebben geuit om deel uit te maken van de groep;
  • De groep van kmo’s kan daarnaast, net zoals de groep van consumenten, slechts worden vertegenwoordigd door een enkele groepsvertegenwoordiger. Nog steeds zullen de groepsvertegenwoordiger en de verweerder eerst moeten proberen om tot een akkoord te komen;
  • Verder blijft een vordering tot collectief herstel nog steeds enkel mogelijk op grond van een mogelijke inbreuk door een onderneming op haar contractuele verplichtingen of wegens een inbreuk op één van de in art. XVII.37 limitatief opgesomde wetten.
  • Tot slot zal de vordering tot collectief herstel kunnen worden ingesteld voor zover de gemeenschappelijke oorzaak zich na 1 september 2014 heeft voorgedaan.

Toch werden enkele aanpassingen voorzien in de wet die nodig werden geacht omwille van de eigenheden van de kmo’s.

  • Zo moet de vertegenwoordiger van de groep van de kmo’s:
    • een non-profit karakter hebben;
    • een maatschappelijk doel hebben dat direct betrekking heeft op de door de groep geleden collectieve schade ofwel een erkende interprofessionele organisatie betreffen die zetelt in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO ofwel een in een andere staat erkende entiteit betreffen;
    • alsook over voldoende financiële en personele middelen beschikken.
  • De groep consumenten en de groep kmo’s worden dus vertegenwoordigd door hun eigen groepsvertegenwoordiger. Dit heeft tot gevolg dat wanneer zowel kmo’s als consumenten slachtoffer zijn van schade die zijn oorsprong vindt in dezelfde oorzaak, er twee groepsvertegenwoordigers zullen worden aangeduid. Een voor de groep consumenten en een voor de groep kmo’s.
  • De rechtbank van koophandel is voortaan de enige bevoegde rechtbank om kennis te nemen van vorderingen tot collectief herstel. De vordering tot collectief herstel heeft immers, ongeacht de hoedanigheid van de groep die de vordering instelt, steeds betrekking op handelszaken. Dit geeft aanleiding tot een wijziging van art. 574, 21° en art. 633ter Gerechtelijk Wetboek.

Deze uitbreiding van het toepassingsgebied van de vordering tot collectief herstel heeft tot gevolg dat het risico om als onderneming geconfronteerd te worden met een class action zal vergroten. Ondernemingen zullen hun verzekeringsdekking voor dit soort risico’s dienen te herbekijken met het oog op het eventueel afsluiten van een aanvullende waarborg en/of het verzekerde bedrag te verhogen.