Overslaan en naar de inhoud gaan
Contacteer ons

Behoud van loon voor werknemers die zich vaccineren tegen COVID-19

Deze pagina delen

Het wetsontwerp houdende toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus COVID-19 werd gisteren goedgekeurd in de Kamer. 

Dit wetsontwerp geldt voor alle werknemers en werkgevers, dus zowel van de private als publieke sector, zij het voor die laatste enkel voor de contractuele personeelsleden. Voor statutaire personeelsleden is vaak in een dienstvrijstelling voorzien. 

Om werknemers maximaal aan te moedigen zich te laten vaccineren, voorziet dit wetsontwerp dat werknemers recht hebben op betaalde afwezigheid, volgens de regeling inzake het klein verlet. 

1. Wat betekent dit concreet?

  • Werknemers hebben het recht van het werk afwezig te zijn zonder loonverlies om zich te laten vaccineren tegen COVID-19. Zij hebben dit recht gedurende de tijd die nodig is om zich te laten vaccineren (de tijd van eigenlijke vaccinatie en de tijd nodig om zich te verplaatsen van en naar de plaats van vaccinatie).
  • Indien de werknemer een vaccin wordt toegediend waarvoor meerdere dosissen vereist zijn, heeft hij dit recht voor elk van de nodige dosissen.
  • Om van dit recht gebruik te kunnen maken, moet de werknemer zijn werkgever op voorhand verwittigen, van zodra hij op de hoogte is van het tijdstip van de vaccinatie. 
  • De werknemer moet daarvan een bewijs leveren als de werkgever daarom vraagt. Het voorleggen van de bevestiging van de afspraak om op een bepaald tijdstip aanwezig te zijn op een plaats waar de vaccinatie wordt toegediend, geldt als voldoende bewijs. In zoverre de bevestiging niet vermeldt wanneer de werknemer aanwezig dient te zijn op een plaats waar de vaccinatie wordt toegediend, moet de uitnodiging voorgelegd worden. 

2. Aandacht voor de bescherming van de persoonsgegevens van de werknemers

Het spreekt voor zich dat de werkgever op deze manier toegang krijgt tot gevoelige persoonsgegevens, met name informatie die betrekking heeft op de gezondheidstoestand van de werknemer. De Gegevensbeschermingsautoriteit had hierover al een advies geformuleerd, dat in grote lijnen is overgenomen in het wetsontwerp. Daarom moet de werkgever volgende maatregelen in acht nemen:

  • De werkgever mag deze persoonsgegevens enkel verwerken met het oog op de organisatie van het werk en het verzorgen van een correcte loonadministratie;
  • Met uitzondering van het tijdstip van de afspraak, is het de werkgever niet toegestaan een kopie van de afspraakbevestiging te nemen of de informatie over te schrijven;
  • De werkgever moet de afwezigheid boeken als klein verlet volgens de normale code of vermelding, zonder de reden van de afwezigheid of het bestaan van gezondheidsproblemen te vermelden.

Deze regeling geldt alvast tot 31 december 2021 en kan na advies van de NAR zelfs worden verlengd tot en met 30 juni 2022. Het is wel nog even wachten op de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad.

Auteurs