Overslaan en naar de inhoud gaan
Contacteer ons

Schenking van een levensverzekering: Vlaamse belastingadministratie geeft groen licht

Deze pagina delen

In een recent gepubliceerde Voorafgaande Beslissing (nr. 20020 van 25 mei 2020) heeft de Vlaamse Belastingdienst (“Vlabel”) een positieve beslissing genomen inzake de schenking van levensverzekeringen.

Waarover gaat het?

De heer X was gehuwd met mevrouw Y. Mevrouw Y was op het moment van de aanvraag reeds overleden en had haar laatste fiscale woonplaats in het Vlaamse Gewest. De heer X en mevrouw Y hebben 2 kinderen, mevrouw A en mevrouw B.

De heer X had verschillende levensverzekeringspolissen afgesloten, telkens met zichzelf als verzekerde. De begunstigden bij overlijden waren, afhankelijk van de polis, in de meeste gevallen “de nalatenschap van de verzekerde” of “de nalatenschap van de verzekeringsnemer”. Een aantal polissen wezen ook de echtgenote van de verzekeringsnemer als begunstigde aan, of bij ontstentenis, de kinderen van de verzekeringsnemer, elk voor een gelijk deel. De premies werden volledig betaald met gemeenschappelijke gelden, met uitzondering van 1 polis waar de premies volledig met eigen gelden van de heer X werden betaald. Er waren geen uitkeringen naar aanleiding van het overlijden van mevrouw Y waardoor er bij haar overlijden dan ook geen erfbelasting verschuldigd was op deze levensverzekeringscontracten.

Welke vermogensplanning werd gepland?

In de aanvraag werd aan Vlabel om een beslissing gevraagd naar de fiscale gevolgen van de schenking in volle eigendom van de vorderingsrechten op deze levensverzekeringscontracten, met alle daaraan verbonden rechten en met inbegrip van alle strikt persoonlijke rechten (zoals onder meer het recht om de begunstigde aan te duiden) aan beide kinderen van de heer X. De schenking zou worden verleden door een Belgische notaris waardoor er 3% schenkbelasting betaald zou worden op de afkoopwaarde van de polissen op het ogenblik van de schenking. Na de schenking zouden de kinderen de begunstigingsclausule wijzigen en zichzelf als begunstigde aanduiden, elk voor de helft. Vervolgens zou overgegaan worden tot een gehele of gedeeltelijke afkoop van de levensverzekeringscontracten of zouden ze later bij het overlijden van de schenker, de heer X, een uitkering bekomen. 

Erfbelasting of niet?

Aan Vlabel werd specifiek om bevestiging gevraagd dat na de schenking en de wijziging van de begunstigingsclausule geen erfbelasting meer verschuldigd zal zijn op de afkoopwaarde van de levensverzekeringscontracten, hetzij op het ogenblik van de afkoop, hetzij bij een latere uitkering (eventueel verminderd met de afkoopwaarde op het ogenblik van de notariële schenking). Deze bevestiging werd zowel gevraagd voor de “nalatenschap van de heer X” als voor de “nalatenschap van mevrouw Y”. 

De aanvraag verwijst naar een aantal relevante artikelen uit de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Essentieel gaat het evenwel om artikel 2.7.1.0.6 VCF, welk artikel kan toegepast worden samen met artikel 2.7.3.2.8 VCF en/of artikel 3.17.0.0.2 VCF. 

Dit laatste artikel is de zgn. “anti-misbruikbepaling”. Indien de belastingadministratie misbruik vaststelt en de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert of kan leveren, dan wordt de rechtshandeling of de verrichting aan een belastingheffing onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden. In concreto zou dit de heffing van erfbelasting betekenen.

Artikel 2.7.1.0.6 VCF bevat een wettelijke fictie waardoor het in het kader van een levensverzekering uitbetaalde kapitaal aan de nalatenschap van de verzekeringnemer wordt toegevoegd, en waarbij erfbelasting verschuldigd is, indien de uitkering aan de begunstigde het gevolg is van een zogenaamd beding ten behoeve van een derde dat door de erflater of een derde partij gemaakt werd. Artikel 2.7.3.2.8, § 2 VCF laat wel toe dat de belastbare grondslag waarop schenkbelasting werd betaald in mindering wordt gebracht van de belastbare grondslag waarop erfbelasting is verschuldigd in geval van schenking van de levensverzekering. Hierdoor is enkel erfbelasting verschuldigd op de waardeaangroei van de verzekering na registratie.

Vlabel oordeelt positief

In haar beslissing oordeelt Vlabel dat in geval van een volledige afkoop van de bestaande polissen na de gedane schenking door de heer X, er geen polissen meer bestaan op de dag van het overlijden van de oorspronkelijke verzekeringnemer (de heer X), zodat artikel 2.7.1.0.6 VCF niet langer van toepassing is.

Indien er een uitkering plaatsvindt op het moment van overlijden van de heer X, zal dit gebeuren op een moment dat de oorspronkelijke begunstigde, namelijk de nalatenschap van de verzekeringsnemer, geen begunstigde meer is. Immers, na de schenking hebben de kinderen zichzelf als “begunstigden” aangeduid. De “kosteloze verkrijging” van een uitkering bij het overlijden van de heer X is dan ook niet langer een gevolg van een oorspronkelijk begunstigingsbeding van de heer X, maar wel van een wijziging die de kinderen zelf hebben aangebracht. Hierdoor is volgens Vlabel artikel 2.7.1.0.6 VCF niet langer van toepassing aangezien de verkrijging van een uitkering door de kinderen niet langer het gevolg is van een door de erflater of een derde partij gemaakt beding, maar wel door een begunstigingsclausule die ze zelf gewijzigd hebben. Deze wijziging wordt ook niet aanzien als fiscaal misbruik omdat de oorspronkelijke begunstigingsclausule de nalatenschap betrof, waardoor de verkrijging door de kinderen in dit geval geen verkrijging iure proprio zou zijn geweest. 

Volledigheidshalve bevestigt Vlabel nog dat er geen erfbelasting verschuldigd is indien, bij een gedeeltelijke afkoop, het bedrag van de uitkering bij het overlijden niet hoger is dan het bedrag van de belastbare grondslag waarop schenkbelasting werd betaald (conform artikel 2.7.3.2.8, § 2 VCF). 
 

Auteurs