Overslaan en naar de inhoud gaan
Contacteer ons

Wat houdt het regeerakkoord in voor het arbeidsrecht?

Deze pagina delen

Het regeerakkoord bevat tal van punten die een impact kunnen hebben op het arbeidsrecht en op het HR-beleid. Sommige doelstellingen of maatregelen zijn gekend, andere zijn nieuw. Het belang van het sociaal overleg wordt zeer vaak beklemtoond. 

We hebben hieronder een samenvatting gemaakt, aan de hand van 10 thema’s.

  1. Werkzaamheidsgraad van 80% tegen 2030
     
    • Bevorderen van arbeidsmobiliteit tussen de regio’s enerzijds en naar sectoren waar er tekorten zijn anderzijds, via om- en bijscholing. 
    • Hervormen van 39ter van de Arbeidsovereenkomstenwet (inzetbaarheidsbevorderende maatregelen voor ontslagen werknemers). 
    • Bijzondere aandacht voor de activiteits- en werkgelegenheidsgraad van kwetsbare groepen (mensen met een leefloon, langdurig zieken en mensen met een handicap) en oudere werknemers via maatregelen inzake eindeloopbaanregeling. Dat kan o.a. worden gerealiseerd via het deeltijdse pensioen, de zachte landingsbanen, de vorming en heroriëntatie doorheen de loopbaan, en door de overdracht van knowhow tussen generaties van werknemers te bevorderen. 
  2. Levenslang leren/continu updaten van kennis en vaardigheden
     
    • Inzetten op vorming en opleiding van werknemers, met o.a. het recht op een “individuele opleidingsrekening”: het is de bedoeling er op interprofessioneel niveau voor te zorgen dat elke voltijdse werknemer gemiddeld recht heeft op vijf opleidingsdagen per jaar. Er blijven uitzonderingen voor bedrijven met minder dan 20 werknemers. 
    • Aanmoediging voor bedrijven/werknemers om langere perioden van tijdelijke werkloosheid aan te wenden om opleiding te volgen. 
  3. Versterken re-integratie van langdurig zieken op het werk en de arbeidsmarkt
     
    • Bijstand voor werkgevers en werknemers om de re-integratietrajecten (sneller) op te starten en tot een succesvol einde te brengen. Hiervoor kunnen bijvoorbeeld “disability managers” worden ingezet. 
    • Responsabilisering van alle betrokken actoren, d.w.z. werkgevers, werknemers en artsen (huisarts, arbeidsarts, adviserend arts) zowel op vlak van preventie als op vlak van re-integratie. 
  4. Bijzondere aandacht voor de strijd voor diversiteit en tegen alle vormen van discriminatie, met een evaluatie van en het eventueel aanpassen van de anti-discriminatiewetgeving
     
    • Sociale inspectie moet discriminatietoetsen kunnen uitvoeren op basis van ofwel een onderbouwde klacht, ofwel datamining ofwel een objectieve aanwijzing. Het schriftelijk en voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of procureur des konings blijft behouden. 
    • Opstarten van een debat over het verloningspakket tussen sociale partners op basis van studie van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven over het verband tussen loon en anciënniteit. 
  5. Beter evenwicht tussen werk en privé. 
     
    • Thuis- en telewerk, maar ook andere vormen van flexibiliteit ten voordele van de werknemer, spelen een belangrijke rol, met aandacht aan autonomie en zelfsturing.
    • Andere organisatie arbeidstijd:
      1. Uitwerken van een interprofessioneel kader dat toelaat meer flexibiliteit af te spreken, terwijl de bescherming van de werknemers wordt gewaarborgd. 
      2. Vaststellen voorwaarden waarbinnen afwijkingen op de standaard arbeidsduur en arbeidstijd kunnen worden ingevoerd voor ondernemingen met een syndicale delegatie.
      3. Voor e-commerce: nagaan of en in welke mate een wijziging van de reglementering rond avond- en nachtarbeid een oplossing kan zijn voor beperkte aanwezigheid van e-commerce in België. 
    • Vereenvoudiging, harmonisering en optimalisering van de verschillende verlofstelsels, met specifieke aandacht voor de motieven zorg en combinatie van werk en gezin. Het geboorteverlof zal stapsgewijs uitgebreid worden van 10 naar 20 dagen en beschikbaar voor alle types werknemers (bv. ook voor uitzendkrachten). 
  6. Verder voeren van de strijd tegen stress en burn-out onder meer aan de hand van ervaring opgebouwd bij de recente (piloot)projecten door de Nationale Arbeidsraad
     
    • Uitrollen van het ‘Europees Kaderakkoord over de digitalisering in de wereld van werk’ van 2020, waarin ook de mogelijkheid tot deconnecteren wordt besproken.
  7. Strijd tegen schijnzelfstandigheid en schijnwerknemerschap
     
    • Evaluatie en indien nodig aanpassing van de wet op de aard van de arbeidsrelaties.
    • Platformeconomie: aandacht aan goede werkomstandigheden en een betere sociale bescherming.
  8. Groene arbeidsmobiliteit 
     
    • Alle nieuwe bedrijfswagens moeten tegen 2026 broeikasgasvrij zijn. 
    • Kader waarbij ook werknemers die geen aanspraak maken op een bedrijfswagen een mobiliteitsbudget toegekend kunnen krijgen door hun werkgever. Op die manier worden duurzame mobiliteitsalternatieven (openbaar vervoer, fietsen, broeikasgasneutrale auto’s, enz.) evenals het dicht bij het werk (gaan) wonen gestimuleerd. 
  9. (Aanvullende) pensioenen
    ​​​​​​​
    • ​​​​​​​Naar een minimumpensioen richting 1500 EUR netto voor een volledige loopbaan.
    • Afschaffing correctiecoëfficiënt in het stelsel van de zelfstandigen. 
    • Invoeren van pensioenbonus.
    • Afwerking harmonisering tussen arbeiders en bedienden en verdere veralgemening tweede pensioenpijler. 
    • Mypension.be wordt referentietoepassing die burgers informeert en sensibiliseert over persoonlijke pensioenrechten. 
  10. Nieuwe betaalde feestdag: regio’s kunnen beslissen om regionale feestdag als 11de betaalde feestdag in te voeren.

De COVID-19 pandemie hebben we buiten dit overzicht gelaten: de regering stelt dat de socio-economische impact ervan wordt gemonitord en denkt aan ondersteuningsmaatregelen voor werknemers en werkgevers. De enige concrete maatregel is dat de regering een specifiek quarantaine attest mogelijk maakt voor ouders die hun kinderen thuis moeten opvangen (bv. quarantaine in school), zodat zij op basis van dat attest tijdelijke werkloosheidsuitkeringen kunnen aanvragen. Momenteel is dit al goedgekeurd door de Commissie sociale zaken in de Kamer, maar nog niet door de plenaire vergadering. 

Auteurs