Jan Hofkens
Arbeidsrecht
Gezondheid
Fraude en interne onderzoeken
Groepsvorderingen of class actions
Ondernemingsstrafrecht
jan.hofkens@lydian.be
De eerste rechtspraak over de Wet op Private Opsporing (WPO) in een arbeidsrechtelijke zaak is uitgesproken (Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, 28 oktober 2025 en Arbeidshof Antwerpen, 26 december 2025).
Daaruit volgt alvast dat werkgevers best rekening houden met de WPO: niet-naleving ervan kan ondernemingen voor onaangename verrassingen plaatsen. Geconfronteerd met een nietig onderzoeksverslag, en bij gebrek aan andere bewijsmiddelen, kunnen de financiële gevolgen groot zijn.
Een werknemer, tevens personeelsafgevaardigde en lid van de syndicale delegatie, werd verdacht van frauduleuze kilometerregistraties en het verzwijgen van nevenactiviteiten. De werkgever wenste de tijdsbesteding van de werknemer te controleren en schakelde een privaat onderzoeker in, die gedurende drie maanden observaties uitvoerde.
Het eindrapport van deze observaties vormde de basis voor het voornemen om de beschermde werknemer om dringende reden te ontslaan wegens herhaalde schending van instructies en onrechtmatige verrijking via kilometervergoedingen.
De arbeidsrechtbank oordeelde in eerste aanleg dat er geen sprake was van een dringende reden, terwijl het arbeidshof in hoger beroep wel de aanwezigheid van een dringende reden erkende.
Zowel de arbeidsrechtbank als het arbeidshof oordeelden dat het rapport van de privaat onderzoeker nietig was, omdat de maximale observatieduur werd overschreden.
Volgens artikel 90 WPO moet de duur van de observatie per opdracht of opeenvolgende opdrachten met dezelfde doeleinde beperkt blijven tot een duur minder dan vier opeenvolgende of niet-opeenvolgende dagen (zesennegentig uur), verdeeld over een maand.
Volgens het arbeidshof is de duur van de observatie niet van belang: van zodra een observatie plaatsvond gedurende een bepaalde dag, telt deze mee als één dag. De niet-opeenvolgende observaties zijn in ieder geval beperkt tot minder dan vier dagen per maand en mogen niet over meerdere maanden gespreid worden. In dit geval werden de grenzen overschreden doordat er meer dan drie niet-opeenvolgende dagen, verdeeld over een periode van langer dan één maand, observaties werden uitgevoerd.
Het hof sloot daarom het volledige verslag uit als bewijs van de feiten die als dringende reden werden ingeroepen. Dat is op zich niet nieuw: het Hof van Cassatie oordeelde eerder al, weliswaar niet in het kader van de WPO, dat wanneer de maximale tijdsduur van observaties overschreden wordt, de gehele observatie onregelmatig wordt. Zelfs de eerste drie dagen observatie mogen niet in aanmerking worden genomen.
Ondanks de nietigheid van het observatieverslag, vond het arbeidshof – in tegenstelling tot de arbeidsrechtbank - dat er toch nog voldoende bewijs was voor een dringende reden op basis van andere bewijzen dan het verslag, namelijk de IT-registraties en e-mailoverzichten. De werknemer had fictieve adressen ingevoerd, wat duidt op fictieve verplaatsingen en herhaalde schending van instructies.
De WPO voorziet een nietigheidssanctie voor de niet-naleving van specifieke wetsbepalingen. Alleen bewijs dat in strijd is met deze bepalingen op straffe van nietigheid wordt bij voorbaat uitgesloten.
In andere gevallen (niet op straffe van nietigheid voorgeschreven wetsbepalingen) geldt de Antigoon-doctrine: bewijs mag gebruikt worden tenzij wanneer de betrouwbaarheid van het bewijs werd aangetast door de onwettigheid of wanneer het gebruik van het bewijs het recht op een eerlijk proces zou schenden. Dit principe werd op 24 november 2025 nog bevestigd door het Hof van Cassatie. In deze zaak oordeelde het Hof van Cassatie dat een rechter steeds moet nagaan of het bewijsmateriaal (een privédetectiveverslag) betrouwbaar is en/of het recht op een eerlijk proces in het gedrang brengt.
Werkgevers leven best strikt de WPO na bij het inschakelen van privaat onderzoekers. Overtreding van bijvoorbeeld observatieregels kan leiden tot nietigheid van het bewijs en aanzienlijke, financiële risico’s bij arbeidsrechtelijke geschillen.
Heeft u vragen over deze wet en bij het WPO-proof maken van uw onderneming: contacteer dan Sarah Witvrouw of Stijn Lamberigts.
Lees ook onze eerdere e-zines waarin we dieper ingaan op de WPO: Fraud Awareness Week.
Arbeidsrecht
Gezondheid
Fraude en interne onderzoeken
Groepsvorderingen of class actions
Ondernemingsstrafrecht
jan.hofkens@lydian.be
Handelsrecht
Geschillenbeslechting
Haven & Logistiek
Insolventie & Herstructurering
Fraude en interne onderzoeken
Ondernemingsstrafrecht
yves.lenders@lydian.be
Arbeidsrecht
Informatiebeheer & Gegevensbescherming
Gezondheid
isabel.plets@lydian.be
Ondernemingsstrafrecht
Fraude en interne onderzoeken
Geschillenbeslechting
stijn.lamberigts@lydian.be
Ondernemingsstrafrecht
Geschillenbeslechting
Fraude en interne onderzoeken
marie.vanbelle@lydian.be