Nieuwe Regels Re-Integratietraject 3.0
Op 30 december 2025 werden de wet van 19 december 2025 tot uitvoering van een versterkt terug naar werk-beleid (TNW-beleid), en het KB van 17 december 2025 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk wat de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers en de preventie van langdurige afwezigheid betreft – het zogenaamde “re-integratietraject 3.0” (RIT 3.0) – gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
De wet en het KB passen in het allesomvattend plan voor de preventie en re-integratie van langdurig zieken.
Over de wet inzake het versterkt TNW-beleid verscheen onze e-zine op 19 december 2025.
Hieronder vindt u een korte samenvatting van de belangrijkste wijzigingen/punten van het RIT 3.0.
Het KB is in werking getreden op 1 januari 2026. De wijzigingen met betrekking tot het re-integratietraject zijn enkel van toepassing op re-integratietrajecten die worden opgestart vanaf die datum.
Preventie van uitval
De werknemer die nog niet arbeidsongeschikt is, maar dreigt uit te vallen wegens gezondheidsproblemen, kan aan zijn werkgever vragen om na te gaan of een aanpassing van zijn werkpost en/of aangepast of ander werk mogelijk zijn (zogenaamd preventief RIT om arbeidsongeschiktheid te voorkomen).
De opstart van een RIT op verzoek van de werknemer is bijgevolg niet enkel meer mogelijk tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid, maar ook ervoor.
De werkgever is niet verplicht om op dit preventief verzoek in te gaan, maar dient zo snel als mogelijk de werknemer te informeren van zijn beslissing.
(Vervroegde) opstart rit en inschatting arbeidspotentieel
MOGELIJKHEID WERKGEVER OPSTART FORMEEL/INFORMEEL RIT VANAF EERSTE DAG ARBEIDSONGESCHIKTHEID
Het is voor werkgevers mogelijk (niet verplicht) om een formeel of informeel RIT op te starten vanaf de eerste dag arbeidsongeschiktheid, mits toestemming van de betrokken werknemer.
Nieuw is dus dat werkgevers voortaan:
- de preventieadviseur-arbeidsarts (PA-AA) kunnen verzoeken de werknemer uit te nodigen voor een bezoek voorafgaand aan werkhervatting (verzoek dat voorheen enkel mogelijk was door de werknemer). De werknemer is niet verplicht om in te gaan op de uitnodiging van de PA-AA, op verzoek van de werkgever; en,
- een RIT kunnen opstarten vanaf de eerste dag arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Werkgevers hoeven dus niet langer de wachtperiode van 3 maanden ononderbroken arbeidsongeschiktheid van de werknemer af te wachten: deze wachtperiode werd afgeschaft.
VERPLICHTING WERKGEVER INSCHATTING ARBEIDSPOTENTIEEL
In de wet tot uitvoering van het versterkt TNW-beleid is de notie “restcapaciteiten” vervangen door “arbeidspotentieel” (positievere benadering) in de ziekte- en invaliditeitswetgeving (ZIV-wetgeving). Voortaan is dit begrip ook gedefinieerd in de Codex, zij het niet woordelijk identiek aan de ZIV-wetgeving, maar wel inhoudelijk vergelijkbaar.
Dit is van belang aangezien werkgevers voortaan verplicht zijn om na minstens 8 weken arbeidsongeschiktheid een inschatting te laten maken van het arbeidspotentieel van de betrokken werknemer door de PA-AA en zijn verpleegkundig personeel volgens een gestandaardiseerde werkwijze.
Als uit deze inschatting blijkt dat de arbeidsongeschikte werknemer arbeidspotentieel heeft, worden de werkgever en de werknemer hierover geïnformeerd, en:
- Kan (facultatief) de werkgever de PA-AA verzoeken om de werknemer uit te nodigen voor een bezoek voorafgaand aan werkhervatting, of om een RIT op te starten; of,
- Vraagt (verplicht) de werkgever die 20 of meer werknemers tewerkstelt, aan de PA-AA om een RIT op te starten, uiterlijk 6 maanden na het begin van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
- Deze verplichting is van toepassing op arbeidsongeschiktheden die aanvatten vanaf 1 januari 2026.
- Werkgevers die deze verplichting niet naleven, riskeren een sanctie van niveau 2 volgens het Sociaal Strafwetboek, waarbij de geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
VORMVEREISTEN
Uitnodigingen van de PA-AA voor een RIT-onderzoek moeten:
- Per aangetekende zending worden verstuurd; en,
- Vermelden dat de adviserend arts van het ziekenfonds geïnformeerd wordt als de werknemer meermaals niet is ingegaan op de uitnodiging van de PA-AA (zie infra), en dat de werknemer in dat geval gesanctioneerd kan worden i.h.k.v. diens uitkeringen.
Voortaan wordt eveneens expliciet bepaald dat de werkgever ervoor zorgt dat de PA-AA over de nodige informatie beschikt om de arbeidsongeschikte werknemer te kunnen contacteren.
Actief verzuimbeleid met verankering in arbeidsreglement
Alle werkgevers moeten contact houden met arbeidsongeschikte werknemers, waarvoor verplicht een procedure moet worden uitgewerkt in het arbeidsreglement, waarin ten minste het volgende is vastgelegd:
- Door wie de arbeidsongeschikte werknemer gecontacteerd zal worden;
- De frequentie van het contact.
Deze procedure maakt deel uit van een actief afwezigheidsbeleid dat tot doel heeft de terugkeer naar het werk in geval van arbeidsongeschiktheid te faciliteren en voor te bereiden. Deze procedure beoogt in geen geval na te gaan of de afwezigheid van de werknemers om gezondheidsredenen gegrond is.
Communicatie tussen actoren via trio-platform
Verplichte communicatie tussen de verschillende actoren verloopt via het TRIO-platform, met name voor:
- Overleg en gegevensuitwisseling: De PA-AA gebruikt het TRIO-platform om met de behandelend arts, de adviserend arts van het ziekenfonds en andere relevante actoren (zoals andere preventieadviseurs, TNW-coördinator, (dis)ability-casemanager, …) te overleggen over de gezondheidstoestand van de werknemer en hierover gegevens met hen te delen, met het oog op het faciliteren van de werkhervatting van de arbeidsongeschikte werknemer.
Het voorgaande is echter enkel mogelijk mits schriftelijke toestemming van de werknemer voor wat betreft elke betrokken actor. Op de website van de FOD WASO zullen modellen ter beschikking worden gesteld om deze toestemming te vragen.
Tot op heden hebben nog niet alle betrokken artsen (zoals bv. de PA-AA’en van de interne preventiediensten) toegang tot dit platform. In afwachting hiervan, kunnen zij andere communicatiewijzen gebruiken, wat zal worden verduidelijkt op de website van de FOD WASO.
- Informatie procedureverloop: De PA-AA dient het TRIO-platform eveneens te gebruiken om de adviserend arts van het ziekenfonds te informeren over het verloop van de procedures opdat deze laatste diens wettelijke opdrachten kan uitvoeren (zoals bv. sancties voorzien indien een werknemer meermaals niet ingaat op de uitnodiging van de PA-AA i.h.k.v. het RIT). Voor deze informatiedoorstroming is geen toestemming van de werknemer vereist.
Doorverwijzing naar regionale bemiddelingsdiensten
Indien de werknemer definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk en het RIT is beëindigd, moet de PA-AA zorgen voor een doorverwijzing naar de bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen (VDAB, Forem, Actiris) met het oog op een begeleiding i.h.k.v. de re-integratie.
De regionale bemiddelingsdiensten worden bijgevolg voortaan uitdrukkelijk vermeld als actor in het RIT, omdat het interessant kan zijn om tewerkstellingsmogelijkheden bij andere werkgevers te onderzoeken. Om dezelfde reden worden zij voortaan ook vermeld bij het bezoek voorafgaand aan werkhervatting.
Medische overmacht
De periode van ononderbroken arbeidsongeschiktheid om een procedure tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht te starten bedraagt voortaan 6 maanden i.p.v. 9 maanden. Dat geldt dus ook voor werknemers die al arbeidsongeschikt waren in 2025. Voor de rest wijzigt er niets aan de procedure.
Impact voor werkgevers - To do
Met het RIT 3.0 komt meer verantwoordelijkheid te liggen bij de werkgevers (o.a. inschatting arbeidspotentieel, opstart RIT, contactplicht etc.). Ze zullen dus hun interne processen rond re-integratie moeten herbekijken en desgevallend, aanpassen.
Zoals in ons e-zine van 19 december 2025 vermeld, betreft de eerste stap hierbij het aanpassen/nakijken van het arbeidsreglement. Werkgevers die nog geen procedure hebben, moeten een contactprocedure voor arbeidsongeschikte werknemers voorzien in het arbeidsreglement (via de normale procedure van wijziging arbeidsreglement, met akkoord van de ondernemingsraad of werknemers). Zij die al een procedure hebben, moeten nagaan of deze compatibel is met de nieuwe regels.
Werkgevers hoeven wellicht niet onmiddellijk een sanctie te vrezen van de sociale inspectie, maar het is wel aan te raden om dit zo snel als mogelijk in orde te brengen.