Overslaan en naar de inhoud gaan
Contacteer ons

Betere bescherming voor klokkenluiders op komst

Deze pagina delen

Werknemers kunnen als klokkenluider een sleutelrol spelen bij het onthullen en voorkomen van inbreuken op belangrijke wetgeving door de onderneming of de organisatie waarvoor zij werken. Deze inbreuken kunnen vaak zeer schadelijk zijn voor het algemeen belang. Uit vrees voor represailles onthouden nochtans vele potentiële klokkenluiders zich ervan dergelijke inbreuken te melden.

Daarom vaardigden het Europees Parlement en de Europese Raad op 23 oktober 2019 de richtlijn nr. (EU) 2019/1937 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden uit. De richtlijn is zowel van toepassing in de private als in de publieke sector en is van toepassing op iedereen die handelt in een werkgerelateerde context. (Ex-)Werknemers, ambtenaren, consultants, (on)bezoldigde stagiairs, bestuurders, aandeelhouders: ze worden allen beschermd wanneer zij een inbreuk melden.

Het materiële toepassingsgebied van de richtlijn is ruim. Het betreft inbreuken op financiële diensten en markten, het witwassen van geld, overheidsopdrachten, veiligheid van het vervoer, de bescherming van het milieu, consumentenbescherming en volksgezondheid, alsook inbreuken op de werking van de interne markt. Het nationale recht kan dit toepassingsgebied verder uitbreiden om zo te zorgen voor een breed en coherent klokkenluidersbeschermingskader.

Uit de richtlijn vloeien enkele minimale verplichtingen voort:

  • Interne procedures - Elke onderneming in de privésector met 50 of meer werknemers moet voorzien in een voldoende confidentieel en beveiligd kanaal of procedure voor interne meldingen door klokkenluiders. In de publieke sector worden in principe alle entiteiten geviseerd, ook al kan de lidstaat wel in bepaalde vrijstellingen voorzien (bv. niet voor entiteiten met minder dan 50 werknemers);
  • Externe kanalen - De lidstaten moeten voorzien in een onafhankelijk en adequaat extern meldingskanaal. Er is geen verplichting om eerst gebruik te maken van het interne kanaal, maar lidstaten moeten het gebruik ervan wel aanmoedigen;
  • Verbod op represaillemaatregelen - Er geldt een verbod op represaillemaatregelen (ontslag, maar ook bv. negatieve evaluatie, wijziging van arbeidsvoorwaarden, tuchtsancties) t.a.v. klokkenluiders. Wettelijke of contractuele verplichtingen die op de werknemers rusten, zoals loyauteits- en geheimhoudingsverplichtingen, kunnen de toepassing van de bescherming niet verhinderen;
  • Efficiënte sancties - Lidstaten moeten voorzien in efficiënte sancties onder andere voor zij die meldingen belemmeren of represaillemaatregelen nemen;
  • Gegevensbescherming - Aangezien een melding een verwerking van persoonsgegevens inhoudt, moet ook voldaan zijn aan de algemene verplichtingen van de AVG.
TO DO:

België moet de richtlijn in nationaal recht omzetten tegen 17 december 2021. Dat betekent dat er tegen deze datum nieuwe regels zullen moeten zijn voor de ganse privésector, want momenteel is er geen wetgevend kader voor klokkenluiders, behalve voor de bank- en verzekeringssector. Deze regelgeving en de al bestaande regels in de publieke sector zullen moeten worden getoetst aan de minimumnormen van de richtlijn.

Ondernemingen of organisaties die nog geen procedure rond klokkenluiders hebben, zullen moeten nagaan of ze onder de regelgeving vallen en desgevallend voorzien in specifieke procedures. In principe moet dat ook tegen 17 december 2021, ook al kunnen lidstaten voor ondernemingen in de private sector met 50 tot 249 werknemers bepalen dat deze verplichting slechts geldt vanaf 17 december 2023.

Ondernemingen of organisaties die al procedures rond klokkenluiders hebben (bv. omdat ze al vallen onder bestaande regelgeving of behoren tot een internationale groep die dergelijke procedures globaal verplicht), zullen hun bestaande procedures moeten toetsen aan de nieuwe wetgeving.