Menu

De wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect werd in het Belgisch Staatsblad van 9 juni 2017 gepubliceerd.

Deze wet legt een verplichte tienjarige aansprakelijkheidsverzekering op voor alle actoren in de bouwsector, met name de architect, de aannemer en de andere dienstverleners in de bouwsector (voornamelijk de studiebureaus).

Deze wet stelt een einde aan de discriminatie die door het Grondwettelijk Hof werd opgeworpen in het arrest nr. 100/2007 van 12 juli 2007. In dit arrest merkt het Hof op dat "discriminatie" evenwel niet het gevolg is van de verzekeringsplicht opgelegd aan de architecten, maar van het ontbreken van een vergelijkbare verzekeringsplicht op de andere partijen die in de bouwakte voorkomen. Daarnaast streeft de wet ernaar om de bouwmarkt beter te reguleren en om een betere bescherming te bieden aan de bouwheer.

Deze verplichte verzekering bevat een aantal eigen karakteristieken die we als volgt kunnen samenvatten:

  • De verzekering moet de burgerlijke aansprakelijkheid, bedoeld in de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek, dekken voor een periode van 10 jaar na de aanvaarding van de werken, beperkt tot de soliditeit, stabiliteit en waterdichtheid, indien de soliditeit en de stabiliteit van de woning in gevaar gebracht zijn;
  • De geviseerde constructies zijn de ‘in België gelegen woningen’ (ie. ongeacht de oorsprong / nationaliteit van de bouwactor in kwestie), ie. gebouwen waarvan meer dan 50 % van de oppervlakte wordt bestemd voor bewoning. Zijn geen woning in de zin van deze omschrijving: de kamers in gemeenschappelijke gebouwen, zoals klinieken, hospitalen, weeshuizen alsook kamers voor studenten of voor seizoenarbeiders. Volgens Minister Peeters wordt de verplichte verzekering beperkt tot de bouw van individuele woningen en appartementen omdat de particulieren enkel met dit soort werven te maken krijgen; de andere gebouwtypes zijn het domein van professionals uit de bouwsector;
  • Daarnaast hebben verschillende actoren opgemerkt dat de verplichte verzekering voor architecten, zoals die nu van toepassing is in België, een grotere risicodekking biedt dan degene die voorzien is in de wet. Minister Peeters verduidelijkte dat hij de wet wilde beperken om zo geen moeilijkheden te veroorzaken zoals in Frankrijk, waar de verplichte verzekering werd uitgebreid naar alle actoren binnen de bouwsector en die een belangrijke impact heeft nagelaten op de kosten van de bouw (een stijging van 5%), en dus ook op de economische gezondheid van de sector;
  • Voor de aannemers is de verplichte verzekering beperkt tot de werven waarvoor het wettelijk verplicht is om beroep te doen op een architect;
  • De dekking moet, per schadegeval, voor het totaal van de materiële en immateriële schade minstens 500.000 EUR bedragen ingeval de waarde van de wederopbouw van het gebouw bestemd voor bewoning de 500.000 EUR overstijgt, of de waarde van de wederopbouw van de woning, indien de waarde van de wederopbouw van de woning minder bedraagt dan 500.000 EUR. Dit bedrag betreft de heropbouw van het gehele gebouw (vb. appartementsgebouw en niet de individuele appartementen);
  • De verzekering zal geen esthetische schade of zuiver immateriële schade dekken en ook niet tussenkomen voor materiële schade die het bedrag van 2.500 EUR niet overschrijdt;
  • In principe dient iedere bouwactor een eigen verzekering te sluiten maar de wet voorziet in de mogelijkheid om een verzekering af te sluiten via een globale polis die de aansprakelijkheid van alle verschillende actoren die in het bouwproces tussenkomen, zal dekken (dus ook de onderaannemers);
  • Net zoals bij andere verplichte verzekeringen, wordt een Tariferingsbureau ingesteld met als missie nieuwe aannemers die op de gewone markt geen dekking vinden, aan een verzekering te helpen. In dat geval, stelt het tariferingsbureau de verzekeringsvoorwaarden vast, alsook de verzekeringspremie;
  • Iedere bouwactor dient een verzekeringsattest te overhandigen aan de bouwheer en aan de architect alvorens zij enig onroerend werk aanvatten. De wet voorziet in een controle door de architect en de RSZ, de kredietverstrekker en de notarissen bij een latere verkoop;
  • De wet schrapt artikel 9 van de architectenwet waardoor er geen verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid van architecten meer zal zijn voor constructies die niet voor bewoning zijn bestemd of voor gebreken die de stabiliteit niet aantasten, noch voor de aansprakelijkheid voorafgaand aan de aanvaarding van de werken;
  • Als landverzekeringscontract zal ook deze verzekering onder de toepassing vallen van de Wet van 4 april 2014. Dit betekent dat de polisvoorwaarden in overeenstemming moeten zijn met de dwingende bepalingen van deze wet, zoals ook geïnterpreteerd in de rechtspraak. Eén van de gevolgen hiervan is dat de verzekeraar dekking zal bieden op grond van het principe van het voorvallen van schade tijdens de duur van de polis (artikel 142 § 1 wet van 4 april 2014).

De wet zal in werking treden op 1 juli 2018, en zal gelden voor werken in onroerende staat waarvan de definitieve stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd na haar inwerkingtreding. Volgens Minister Peeters moet deze termijn ervoor zorgen dat de sector zich zal kunnen voorbereiden en het tariferingsbureau oprichten. De bepalingen inzake het Tariferingsbureau zullen wel op 1 december 2017 alvast in werking treden.

De bepalingen van de wet en van de nog te publiceren uitvoeringsbesluiten zullen van toepassing zijn op de polissen onderschreven vanaf de inwerkingtreding van de wet en van haar uitvoeringsbesluiten. De verzekeringsondernemingen dienen over te gaan tot de aanpassing van de verzekeringspolissen en –documenten ten laatste op de datum van wijziging, hernieuwing, verlenging of omvorming van de lopende overeenkomsten.